Energie Junkie

“Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen!” zingt The Scene sinds 1990. Een stelling met diepgang, een die aanzet tot verder onderzoek dat verder gaat dan een analyse van de songtekst. Die songtekst beperkt zich tot het waarnemen van de misfits die je her en der alleen ziet staan en ook degene die je overal herkent. Een bijzondere vermelding krijgt iedereen die passie heeft en die voor passie gaat. Bijna iedereen dus…

Ik ben me dan ook steeds meer aan het afvragen waar mijn wereld begint en die van een ander eindigt. En meer nog waar die rare sensatie vandaan komt wanneer mijn wereld inbreuk maakt op die van een ander. Misschien is het je ook wel eens overkomen. Met veel passie presenteer je een plan en in een fractie van een seconde merk je dat degene die het aangaat zich alles behalve gelukkig voelt met jou beeld van zijn of haar fantastische toekomst.

Hoewel ik het niet heb geverifieerd, denk ik dat de songtekst van The Scene een oproep tot gelijkheid is. En daarmee impliciet ook gezien kan worden als een oproep om te delen, op een eerlijke manier, een oproep om iedereen mee te laten doen aan het feest. Dat begint natuurlijk al dichtbij met initiatieven zoals voedselbanken en reikt heel ver met bijvoorbeeld het Solar Power Project in het dorp Dharnai, regio Bihar, in het noordoosten van India. Maar zijn beide genoemde voorbeelden de oplossing of juist het gevolg van een probleem?

Zeker is dat het aantal wereldbewoners de komende tijd blijft groeien. Onzeker is of de economische vooruitgang in staat is om al die nieuwkomers te blijven voorzien van voedsel en een menswaardig bestaan. En kunnen we het ons veroorloven om een houding aan te meten zoals de bewoners in Dharnai deden? Tijdens het debat ‘Are Greens the Enemies of Progress?’ bleek dat deze vraag meerdere antwoorden heeft.

Het feest wordt bedreigt, dat horen we al decennia achter elkaar. Eerst de zure regen, toen de ontbossing, gevolgd door een stijgende zeespiegel en een verstoord klimaat. Allemaal verontrustende berichten, onheilspellende scenario’s die op ons af worden geslingerd met een opgeheven vinger, ons aansporent om keuzes te maken voor een duurzame toekomst. Helaas is er geen eensluidende definitie voor de term duurzaam.

Tijdens het debat leerde ik dat er tegenwoordig ‘Greens’ in verschillende smaken bestaan, variërend van behoudend tot vooruitstrevend, waarbij de laatste zich liever ‘Ecomodernist’ laten noemen. En vergis je niet, er zit echt een wereld van verschil in de benadering tot wat beiden willen nastreven. De behoudende stroom wil vooral de aarde behouden zoals die is, nu op dit moment. Dat moet voornamelijk worden bereikt met het inzetten op wind- en zonne-energie en het biodynamisch maken van land- en tuinbouw.

De vooruitstrevende stroom ziet ons een veel grootser doel realiseren. Zij willen niet de wereld redden, maar de mensheid. En niet alleen jij en ik, hier in het rijke Westen. Nee, zij beogen een wereld die iedereen een veilig, vrij en welvarend leven biedt in een ecologisch levendige wereld. Dit willen zij bereiken door in te zetten op een verdere ontwikkeling van technologieën waarmee een ontkoppeling van de natuur mogelijk wordt.

Gullfoss, energie in overvloed

Gullfoss, energie in overvloed

Omdat de Ecomodernisten de technologische vooruitgang als voorwaarde zien voor de ontkoppeling tussen mens en natuur, denk ik dat zij reacties als die in Dharnai toejuichen. Want zonne- en windenergie zijn slechts in beperkte mate beschikbaar in de gebieden waar juist veel mensen wonen en opslag en transport van die energie gaat ten koste van de effectiviteit.

Ter illustratie herhaal ik hier een getallenvoorbeeld van de GasUnie met gegevens van dichtbij huis: In Nederland verbruiken ongeveer 3 maal zowel energie voor het verwarmen van onze huizen (gas) als dat we gebruiken voor verlichting en andere elektrische apparatuur. In ons redelijk milde zeeklimaat verschilt het energieverbruik tussen winter en zomer ongeveer 72 TWh dat met name voor rekening komt van de gasproductie.

Dat verschil tussen het verbruik in de winter en de zomer is echter nog niet het echte probleem wanneer de productie plaats kan vinden op het moment dat de energie ook verbruikt wordt. Problematisch wordt de omvang van het buffer waarmee in de zomer een voorraad kan worden aangelegd om de ontoereikende productie in de winter te compenseren. Alleen al voor het Nederlandse buffer zijn 1,2 miljard accu’s nodig van 60 kWh, de capaciteit van een accu in een moderne elektrische auto.

Met zulke aantallen is het niet vreemd dat Robbert Kennedy, aandeelhouder in Tesla Motors, dit soort oplossingen aanprijst. Ook de andere oplossingen die Kennedy promoot, zoals Concentrated Solar Power, kunnen op weinig bijval van de Ecomodernisten rekenen. En dat is ook wel verklaarbaar vanuit de gedachte van de ontkoppeling met de natuur. De zonne-installaties en windmolenparken hebben namelijk een grote ruimtelijk voetafdruk in verhouding tot de energie die ze produceren ten opzichte van conventionele energieopwekking.

De vraag die de Ecomodernisten stellen is naar mijn idee dus terecht. Zijn de keuzes die behoudende groenen willen maken wel eerlijk? Wordt door die keuzes een deel van de feestgangers de kans op een leven zoals wij dat vieren ontnomen? Net zo min als het dicht bij huis eerlijk is dat er voedselbanken bestaan, waarbij de misfits dankbaar moeten zijn met de resten die ze worden toegeworpen.

Toegegeven, het vergt de nodige verbeeldingskracht om het ecomodernistische visioen voor te stellen dat drijft op de hoop dat op korte termijn een doorbraak op het gebied van kernenergie gemaakt zal worden. Maar tot die tijd hef ik het glas op jouw gezondheid…

Geplaatst in Duurzaamheid Getagd met , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*