Populatie Programmering

De ideale mix, dat is wat de rotterdamse wethouder stedelijke ontwikkeling en integratie volgens mij wil bereiken. De perfecte stad waarin de wijken maatschappelijk precies in balans zijn. Of daar in elk geval dicht tegen aan schurken, wie wil dat niet? Ik vind het een nobel streven, iedereen verdient immers een gelijke behandeling, een eerlijke kans en een prettig leven. Vooropgesteld dat de wethouder handelt met goede bedoelingen – daaraan wordt namelijk ook getwijfeld – zijn er bij dit streven de nodige kanttekeningen te plaatsen.

Om te beginnen is er om dit ideaal beeld te realiseren een wettelijk kader ingesteld. Enkel praktisch beleid en heldere visies op de ontwikkeling van de stad en zijn wijken zijn onvoldoende gebleken. Kortom, het belang van een uitgebalanceerde stad wordt kennelijk niet breed gedragen. Nu komt het vaker voor dat de stip op de horizon die een willekeurige vernieuwing beloofd te zijn, niet direct voor iedereen zichtbaar is. Een lange adem en vastberadenheid zijn dan een vereiste om koers te houden.

De ambitie in de visie is om in 2030 “een breed scala aan aantrekkelijke woonmilieus met een duidelijk profiel en een uitgebalanceerd woningbestand” te hebben. En “grote concentraties van zwakke woongebieden behoren tot het verleden.” Met deze visie probeert de stad “de sociaal-economische balans, ten gunste van midden- en hogere inkomensgroepen” te veranderen. Maar hoe doe je dat?

Pluimage Control

Pluimage Control

De ideale mix bestaat dan misschien wel heel mooi op papier, uitgedrukt in percentages en prognoses, in de praktijk, zo is mijn inschatting, zal het kudde-gedrag op lange termijn de overhand houden. Elk mens is op zoek naar gelijkgestemden, ongeacht zijn sociaal-economische klasse. Onderzoek naar het effect van de ‘Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek’ wijst ook sterk in die richting. De uitkomst van dit onderzoek vind ik dan ook niet bemoedigd.

Het rapport van de Uva geeft aan dat er buurten zijn waar juist de instroom van ‘potentieel geweigerden’ toeneemt. Deze verhoogde instroom resulteert in hogere percentages niet-actief-zijnde of laag-inkomen-hebbende mensen in deze buurten. Juist door het reduceren van het aanbod betaalbare huurwoningen lijkt ook de verhuismobiliteit van deze groep mensen eerder toe dan af te nemen. En niet, zoals de wethouder wellicht graag zou zien, naar de aangrenzende gemeentes in de stadregio maar naar de buitenwijken van de Rotterdam zelf.

Het is voor mij niet duidlijk of de evaluatie van de effecten van de wet ten grondslag liggen aan de wijzigingen die daar recent in zijn aangebracht. Het is voor mij wel duidelijk dat het wettlijke kader zich meer en meer toespits op het elimineren van hoge percentages burgers met een minder wenselijk profiel. Waar in de eerdere versie van de wet de aandacht nog op sociaal-economische problematiek lag, gaat de nieuwe wet een stapje verder.

Naast de eisen aan de potentiele sociale huurder met betrekking tot zijn inkomen en woonhistorie in de stad, wordt nu ook zijn potentie tot het bezorgen van overlast en het plegen van criminaliteit in de beoordeling van de woonvergunning meegenomen. Helaas weet ik uit eigen ervaring dat die twee laatste profielkenmerken niet alleen onder huurders, al dan niet uit de sociale catergorie, voorkomen. In die zin is de wet naar mijn mening bevooroordeeld en onrechtvaardig.

De wet lijkt in 2005 opgezet voor doelgericht populatie management. De oorspronkelijke wettekst bood al ruimte om voor een aangewezen probleemzone te kunnen voldoen aan de beperkende bepalingen. Immers, de ‘Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek’ spreekt niet over buurten, wijken of deelgemeentes, maar over ‘gebieden’. Daarmee een vrijheid scheppend om elk gebied binnen een willekeurige contour op de stadsplattegrond tot probleemzone om te dopen.

De echte problematiek blijkt weerbastiger dan aanvankelijk werd aangenomen. De wet is daartoe onlangs aangepast. In de tekst zijn de nodige punten aangescherpt. Om nog gerichter te kunnen ingrijpen in de sociale gemeenschap is de term ‘gebieden’ vervangen door ‘complexen, straten of gebieden’. Ook het gegeven dat een potentiele huurder aanleiding kan geven tot een toename van overlast of mogenlijk geneigd is tot het plegen van criminaliteit is nu volgens de wet een gegronde rede om een huisvestingsvergunning te weigeren.

Er zit toch ook wel iets moois in deze nieuwe tekst. Impliciet lees ik er namelijk in dat men niet langer een direct verband legt met het niet-actief-zijn of het laag-inkomen-hebben en het veroorzaken van overlast of het plegen van criminaliteit. Dat die laatste twee wel in sterkere mate aan elkaar gerelateerd zijn is een feit. Daar verandert deze wet niets aan, net zo min als deze wet iets verandert aan de onderliggende oorzaken. Voor mij zijn overlast en criminaliteit symptomen die voortkomen uit een meer structurele weeffout in onze maatschappij ongeacht de sociaal-economische klasse waarin men verkeert.

Toch blijf ik met de vraag zitten wie er nu echt baat bij deze poging tot populatie programmering hebben? Dat zijn niet de burgers met het minder gewenste profiel, maar volgens mij eerder de degenen die profiteren van de wettelijke mogelijkheid om van een probleemzone een kansenzone te maken door de onroerendezaakbelasting te reduceren, toch?

Geplaatst in Cultuur Getagd met , , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*